De grote vier: Copernicus, Darwin, Freud en AI.
Vorige week vertelde @Jeroen Wollaars in de (overigens uitstekende) podcast AI Report iets ik interessant vind.
Hij vertelde hoe Freud ooit de drie narcistische krenkingen van de mensheid beschreef; ontdekkingen die ons zelfbeeld een flinke deuk gaven.
De originele drie krenkingen
Dit zijn ze volgens Freud:
- Copernicus (1543): de aarde is niet het middelpunt van het heelal. Wij dus ook niet.
- Darwin (1859): we staan niet boven de dieren. We zijn er gewoon eentje van.
- Freud zelf (1917): we zijn niet eens de baas in ons eigen hoofd. “Het ik is geen meester in eigen huis.”
Freud zette zichzelf fijn in dit rijtje. Ik vind het ook de zwakste van de drie overigens.
Maar ja, nu komt er een vierde bij.
AI. De cognitieve krenking.
Redeneren, creatief zijn, problemen oplossen, slim zijn. Het blijkt allemaal niet exclusief menselijk.
De discussie over AI gaat vaak over banen; welke taken verdwijnen, wie wordt overbodig? Of over data: wat doen de labs met mijn data? Schenden de labs het auteursrecht met het trainen van de AI?
De vierde narcistische krenking van de mensheid gaat echter een laag dieper. AI raakt niet alleen wat we doen, maar wie we denken te zijn.
Hoe verder?
Ook deze morele klap voor de mensheid zullen we wel weer te boven komen. Net als dat machines sneller en sterker zijn dan mensen en in tegenstelling tot ons wél kunnen vliegen, zullen we ook wel accepteren dat machines gewoon veel slimmer zijn.
Zo ver is het nog niet. Maar we hebben ook nog even om eraan te wennen. Eén jaar? Drie?
Hoe gekrenkt ben jij al? 🙂
Vorige post: Boarding Simulatie